NEDERLANDS
🇳🇱

    Factureren

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • factureren

      Werkwoord/fɑkty'rerən; fɑkty'rerə/

      infinitief

      factureren

      tegenwoordige tijd

      factureerfactureertfactureren

      verleden tijd

      factureerdefactureerden

      tegenwoordig deelwoord

      facturerendfacturerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren