NEDERLANDS
🇳🇱

    Fatsoeneren

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • fatsoeneren

      Werkwoord/fɑtsu'nerən; fɑtsu'nerə/

      infinitief

      fatsoeneren

      tegenwoordige tijd

      fatsoeneerfatsoeneertfatsoeneren

      verleden tijd

      fatsoeneerdefatsoeneerden

      tegenwoordig deelwoord

      fatsoenerendfatsoenerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren