NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Fit
    Bijvoeglijk naamwoordin goede conditie
  • 22Fitten
    Werkwoordiets passend maken
  • 33Fit(de)
    Zelfstandig naamwoordpassend deel van kleding

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Fit
    Bijvoeglijk naamwoordin goede conditie
  • 22Fitten
    Werkwoordiets passend maken
  • 33Fit(de)
    Zelfstandig naamwoordpassend deel van kleding
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Fitter
WoordenboekFitter

Fitter

  • fit

    Bijvoeglijk naamwoord

    in goede conditie

    1. lichamelijk gezond en vol energieIk ben fit na mijn ochtendgymnastiek.
    2. goed passend bij een bepaalde situatie of doelDeze jurk is fit voor het feest.
  • fitten

    Werkwoord

    iets passend maken

    1. kleding passen om te zien of het goed zitIk fit deze trui even.
    2. onderdelen in elkaar zetten of aansluitenIk fit de planken in elkaar.
    3. goed passen bij iets of iemand, vaak figuurlijkDeze jurk fittet perfect bij de gelegenheid.
  • defit

    Zelfstandig naamwoord

    passend deel van kleding

    1. stuk gereedschap dat in een machine past om iets vast te houden of te bewerkenDe fit past perfect in de boormachine.

Verwante woorden

fitfitsfitstfitstefittefittenfittendfittendefitterefittersgefit