NEDERLANDS
🇳🇱

    Fixeer

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het fixeer

      Zelfstandig naamwoord/fɪk'ser/

      enkelvoud

      fixeer
    • fixeren

      Werkwoord/fɪk'serən; fɪk'serə/

      infinitief

      fixeren

      tegenwoordige tijd

      fixeerfixeertfixeren

      verleden tijd

      fixeerdefixeerden

      tegenwoordig deelwoord

      fixerendfixerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren