NEDERLANDS
🇳🇱

    Fixeren

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • fixeren

      Werkwoord/fɪk'serən; fɪk'serə/

      infinitief

      fixeren

      tegenwoordige tijd

      fixeerfixeertfixeren

      verleden tijd

      fixeerdefixeerden

      tegenwoordig deelwoord

      fixerendfixerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren