NEDERLANDS
🇳🇱

    Flankerende

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord; adjectief

    • flankeren

      Werkwoord/flɑŋ'kerən; flɑŋ'kerə/

      infinitief

      flankeren

      tegenwoordige tijd

      flankeerflankeertflankeren

      verleden tijd

      flankeerdeflankeerden

      tegenwoordig deelwoord

      flankerendflankerende
    • flankerend

      Bijvoeglijk naamwoord/flɑŋ'kerənt/

      stellende trap

      flankerendflankerendeflankerends

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren