Flans
uncommonZipf 2.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de flan
Zelfstandig naamwoord/'flɑn; 'flɑ͂ː/enkelvoud
flanmeervoud
flansflansen
Werkwoord/'flɑnsən; 'flɑnsə/infinitief
flansentegenwoordige tijd
flansflanstflansenverleden tijd
flansteflanstentegenwoordig deelwoord
flansendflansende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.