NEDERLANDS
🇳🇱

    Flansen

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • flansen

      Werkwoord/'flɑnsən; 'flɑnsə/

      infinitief

      flansen

      tegenwoordige tijd

      flansflanstflansen

      verleden tijd

      flansteflansten

      tegenwoordig deelwoord

      flansendflansende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren