NEDERLANDS
🇳🇱

    Floep

    uncommonZipf 2.0

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord; tussenwerpsel

    • de floep

      Zelfstandig naamwoord/'flup/

      enkelvoud

      floepfloepje

      meervoud

      floepenfloepjes
    • floepen

      Werkwoord/'flupən; 'flupə/

      infinitief

      floepen

      tegenwoordige tijd

      floepfloeptfloepen

      verleden tijd

      floeptefloepten

      tegenwoordig deelwoord

      floependfloepende
    • floep

      Tussenwerpsel/'flup/

      ~

      floep

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren