NEDERLANDS
🇳🇱

    Florerend

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; adjectief

    • floreren

      Werkwoord/flo'rerən; flo'rerə/

      infinitief

      floreren

      tegenwoordige tijd

      floreerfloreertfloreren

      verleden tijd

      floreerdefloreerden

      tegenwoordig deelwoord

      florerendflorerende
    • florerend

      Bijvoeglijk naamwoord/flo'rerənt/

      stellende trap

      florerendflorerendeflorerends

      vergrotende trap

      florerenderflorerendereflorerenders

      overtreffende trap

      florerendstflorerendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren