NEDERLANDS
🇳🇱

    Flut

    uncommonZipf 2.6

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • flut

      Bijvoeglijk naamwoord/'flʏt/

      stellende trap

      flutfluttefluts

      vergrotende trap

      flutterfluttereflutters

      overtreffende trap

      flutstflutste
    • de flut

      Zelfstandig naamwoord/'flʏt/

      enkelvoud

      flut

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.