Fluweeltjes
hetfluweel
Zelfstandig naamwoordzacht weefsel zijdeachtig
- zachte stof met een dicht geweven, rechtopstaand pooloppervlakMijn trui is gemaakt van fluweel.
fluwelen
Bijvoeglijk naamwoordgemaakt van fluweel
- gemaakt van fluweel of met de zachte eigenschappen van fluweelDe fluwelen sjaal is warm en zacht.
- zacht en aangenaam in klank of uitstralingDe violist speelde met een fluwelen toon.