NEDERLANDS
🇳🇱

    Fop

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de fop

      Zelfstandig naamwoord/'fɔp/

      enkelvoud

      fopfopje

      meervoud

      foppenfopjes
    • foppen

      Werkwoord/'fɔpən; 'fɔpə/

      infinitief

      foppen

      tegenwoordige tijd

      fopfoptfoppen

      verleden tijd

      foptefopten

      tegenwoordig deelwoord

      foppendfoppende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren