NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Fruit(het)
    Zelfstandig naamwoordgewas dat eetbaar is
  • 22Fruiten
    Werkwoordfruitwereld of fruitteelt

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Fruit(het)
    Zelfstandig naamwoordgewas dat eetbaar is
  • 22Fruiten
    Werkwoordfruitwereld of fruitteelt
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Fruite
WoordenboekFruite

Fruite

  • hetfruit

    Zelfstandig naamwoord

    gewas dat eetbaar is

    1. eetbare vruchten van een plant, vaak zoetDeze appels zijn eetbaar.
    2. de verzamelnaam voor verschillende soorten vruchtenEen verzamelnaam voor fruit is 'vruchten'.
    3. fruit in conserveringsvorm, zoals jam of sapConservering is een goede manier om fruit langer te bewaren.
    4. de naam voor een vrucht in het algemeenVoeding bevat veel vitamines en mineralen.
  • fruiten

    Werkwoord

    fruitwereld of fruitteelt

    1. vermoeite niet maken, rustenZij is aan het rusten op de bank.
    2. met kracht of enthousiasme werkenDe arbeiders werken hard om de fabriek draaiende te houden.
    3. verrommelen of rommelen met spullen zonder een duidelijk doelIn de garage is hij aan het rommelen met oude dozen.

Verwante woorden

fruitfruitenfruitendfruitendefruittefruittengefruit

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen