Frutselen
uncommonZipf 1.8
werkwoord
frutselen
Werkwoord/'frʏtsələn; 'frʏtsələ/infinitief
frutselentegenwoordige tijd
frutselfrutseltfrutselenverleden tijd
frutseldefrutseldentegenwoordig deelwoord
frutselendfrutselende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.