NEDERLANDS
🇳🇱

    Fuif

    B1commonZipf 3.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de fuif

      Zelfstandig naamwoord/'fœyf/

      enkelvoud

      fuiffuifje

      meervoud

      fuivenfuifjes
    • fuiven

      Werkwoord/'fœyvən; 'fœyvə/

      infinitief

      fuiven

      tegenwoordige tijd

      fuiffuiftfuiven

      verleden tijd

      fuifdefuifden

      tegenwoordig deelwoord

      fuivendfuivende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.