NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Gaan
    Werkwoordbewegen van plek
  • 22Gaan(het)
    Zelfstandig naamwoordfysieke toestand

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Gaan
    Werkwoordbewegen van plek
  • 22Gaan(het)
    Zelfstandig naamwoordfysieke toestand
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Gaans
WoordenboekGaans

Gaans

  • gaan

    Werkwoord

    bewegen van plek

    1. zich van de ene plaats naar de andere begevenIk fiets elke dag naar school.
    2. zich verplaatsen naar een andere plaatsSimple Sentence: "Ik verplaats me naar school."
    3. in werking treden, beginnenDe vergadering begint om negen uur.
    4. de toestand of conditie van iemand zijnDe toestand van de patiënt is stabiel.
  • hetgaan

    Zelfstandig naamwoord

    fysieke toestand

    1. een beweging of actie in gang zetten of laten plaatsvindenDe beweging van de auto begon plotseling.
    2. manier van lopen of bewegenHet gaan van de ruiter was indrukwekkend op het nationaal evenement.
    3. routine, dagelijkse gang van zakenRoutine helpt me mijn dag efficiënt te beginnen.
    4. (verouderd) toestand, verloopDe toestand is zorgwekkend.

Verwante woorden

gagaangaandgaandegaatgegaanginggingen

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen