NEDERLANDS
🇳🇱

    Gaap

    uncommonZipf 2.6

    tussenwerpsel; geeuw; kruising van vrouwtjesschaap en geitenbok

    • gaap

      Tussenwerpsel/'ɣap/

      ~

      gaap
    • de gaap

      Zelfstandig naamwoord/'ɣap/

      geeuw

      enkelvoud

      gaapgaapje

      meervoud

      gapengaapjes
    • de gaap

      Zelfstandig naamwoord/'ɣap/

      kruising van vrouwtjesschaap en geitenbok

      enkelvoud

      gaapgaapje

      meervoud

      gapengaapjes
    • gapen

      Werkwoord/'ɣapən; 'ɣapə/

      infinitief

      gapen

      tegenwoordige tijd

      gaapgaaptgapen

      verleden tijd

      gaaptegaapten

      tegenwoordig deelwoord

      gapendgapende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.