NEDERLANDS
🇳🇱

    Gaffel

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de gaffel

      Zelfstandig naamwoord/'ɣɑfəl/

      enkelvoud

      gaffelgaffeltje

      meervoud

      gaffelsgaffeltjes
    • gaffelen

      Werkwoord/'ɣɑfələn; 'ɣɑfələ/

      infinitief

      gaffelen

      tegenwoordige tijd

      gaffelgaffeltgaffelen

      verleden tijd

      gaffeldegaffelden

      tegenwoordig deelwoord

      gaffelendgaffelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren