NEDERLANDS
🇳🇱

    Gapende

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord; adjectief

    • gapen

      Werkwoord/'ɣapən; 'ɣapə/

      infinitief

      gapen

      tegenwoordige tijd

      gaapgaaptgapen

      verleden tijd

      gaaptegaapten

      tegenwoordig deelwoord

      gapendgapende
    • gapend

      Bijvoeglijk naamwoord/'ɣapənt/

      stellende trap

      gapendgapendegapends

      vergrotende trap

      gapendergapenderegapenders

      overtreffende trap

      gapendstgapendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren