NEDERLANDS
🇳🇱

    Geïmpliceerd

    uncommonZipf 2.1

    adjectief; werkwoord

    • geïmpliceerd

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣəɪmpli'sert/

      stellende trap

      geïmpliceerdgeïmpliceerdegeïmpliceerds

      vergrotende trap

      geïmpliceerdergeïmpliceerders
    • impliceren

      Werkwoord/ɪmpli'serən; ɪmpli'serə/

      infinitief

      impliceren

      tegenwoordige tijd

      impliceerimpliceertimpliceren

      verleden tijd

      impliceerdeimpliceerden

      tegenwoordig deelwoord

      implicerendimplicerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren