NEDERLANDS
🇳🇱

    Geïmproviseerd

    uncommonZipf 2.7

    adjectief; werkwoord

    • geïmproviseerd

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣəɪmprovi'zert/

      stellende trap

      geïmproviseerdgeïmproviseerdegeïmproviseerds

      vergrotende trap

      geïmproviseerdergeïmproviseerderegeïmproviseerders

      overtreffende trap

      geïmproviseerdstgeïmproviseerdste
    • improviseren

      Werkwoord/ɪmprovi'zerən; ɪmprovi'zerə/

      infinitief

      improviseren

      tegenwoordige tijd

      improviseerimproviseertimproviseren

      verleden tijd

      improviseerdeimproviseerden

      tegenwoordig deelwoord

      improviserendimproviserende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.