NEDERLANDS
🇳🇱

    Gebekt

    uncommonZipf 2.2

    adjectief; snauwen; zoenen; uitspreekbaar zijn

    • gebekt

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣə'bɛkt/

      stellende trap

      gebektgebektegebekts

      vergrotende trap

      gebektergebekteregebekters

      overtreffende trap

      gebektstgebektste
    • bekken

      Werkwoord/'bɛkən; 'bɛkə/

      snauwen; zoenen; uitspreekbaar zijn

      infinitief

      bekken

      tegenwoordige tijd

      bekbektbekken

      verleden tijd

      bektebekten

      tegenwoordig deelwoord

      bekkendbekkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren