NEDERLANDS
🇳🇱

    Gebiologeerd

    uncommonZipf 2.1

    adjectief; werkwoord

    • gebiologeerd

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣəbijolo'ɣert/

      stellende trap

      gebiologeerdgebiologeerdegebiologeerds

      vergrotende trap

      gebiologeerdergebiologeerderegebiologeerders

      overtreffende trap

      gebiologeerdstgebiologeerdste
    • biologeren

      Werkwoord/bijolo'ɣerən; bijolo'ɣerə/

      infinitief

      biologeren

      tegenwoordige tijd

      biologeerbiologeertbiologeren

      verleden tijd

      biologeerdebiologeerden

      tegenwoordig deelwoord

      biologerendbiologerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren