NEDERLANDS
🇳🇱

    Geblaat

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het geblaat

      Zelfstandig naamwoord/ɣə'blat/

      enkelvoud

      geblaat
    • blaten

      Werkwoord/'blatən; 'blatə/

      infinitief

      blaten

      tegenwoordige tijd

      blaatblaten

      verleden tijd

      blaatteblaatten

      tegenwoordig deelwoord

      blatendblatende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren