NEDERLANDS
🇳🇱

    Gebroed

    uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het gebroed

      Zelfstandig naamwoord/ɣə'brut/

      enkelvoud

      gebroedgebroedje

      meervoud

      gebroedjes
    • broeden

      Werkwoord/'brudən; 'brudə/

      infinitief

      broeden

      tegenwoordige tijd

      broedbroedtbroeden

      verleden tijd

      broeddebroedden

      tegenwoordig deelwoord

      broedendbroedende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.