Gebroed
uncommonZipf 2.7
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het gebroed
Zelfstandig naamwoord/ɣə'brut/enkelvoud
gebroedgebroedjemeervoud
gebroedjesbroeden
Werkwoord/'brudən; 'brudə/infinitief
broedentegenwoordige tijd
broedbroedtbroedenverleden tijd
broeddebroeddentegenwoordig deelwoord
broedendbroedende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.