NEDERLANDS
🇳🇱

    Gedeukt

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord; adjectief

    • deuken

      Werkwoord/'døkən; 'døkə/

      infinitief

      deuken

      tegenwoordige tijd

      deukdeuktdeuken

      verleden tijd

      deuktedeukten

      tegenwoordig deelwoord

      deukenddeukende
    • gedeukt

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣə'døkt/

      stellende trap

      gedeuktgedeuktegedeukts

      vergrotende trap

      gedeuktergedeukteregedeukters

      overtreffende trap

      gedeuktstgedeuktste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.