NEDERLANDS
🇳🇱

    Geflambeerd

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • flamberen

      Werkwoord/flɑm'berən; flɑm'berə/

      infinitief

      flamberen

      tegenwoordige tijd

      flambeerflambeertflamberen

      verleden tijd

      flambeerdeflambeerden

      tegenwoordig deelwoord

      flamberendflamberende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren