NEDERLANDS
🇳🇱

    Gehanteerd

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; adjectief

    • hanteren

      Werkwoord/hɑn'terən; hɑn'terə/

      infinitief

      hanteren

      tegenwoordige tijd

      hanteerhanteerthanteren

      verleden tijd

      hanteerdehanteerden

      tegenwoordig deelwoord

      hanterendhanterende
    • gehanteerd

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣəhɑn'tert/

      stellende trap

      gehanteerdgehanteerdegehanteerds

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren