Genaamd
genaamd
Bijvoeglijk naamwoordmet de naam; genoemd
naam geven
Gebruikt om te zeggen hoe iemand of iets heet: je noemt de naam van die persoon of dat ding.
Ik sprak een man genaamd Pieter die in de buurt woont.
verwijzen/genoemd
Formeler: gebruiken om te verwijzen naar iemand of iets dat eerder genoemd of aangeduid is.
De hierin genaamde werknemer krijgt een bonus van het bedrijf.
iemand genaamdeen boek genaamdeen stad genaamdde hierin genaamdede genaamde persoon