NEDERLANDS
🇳🇱

    Gepoft

    uncommonZipf 2.1

    neerploffen; doen neerkomen; braden; gebraden; van poffen voorzien

    • poffen

      Werkwoord/'pɔfən; 'pɔfə/

      neerploffen; doen neerkomen; braden

      infinitief

      poffen

      tegenwoordige tijd

      pofpoftpoffen

      verleden tijd

      poftepoften

      tegenwoordig deelwoord

      poffendpoffende
    • gepoft

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣə'pɔft/

      gebraden

      stellende trap

      gepoftgepoftegepofts

      vergrotende trap

      gepoftergepofteregepofters

      overtreffende trap

      gepoftstgepoftste
    • gepoft

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣə'pɔft/

      van poffen voorzien

      stellende trap

      gepoftgepoftegepofts
    • poffen

      Werkwoord/'pɔfən; 'pɔfə/

      op de pof kopen

      infinitief

      poffen

      tegenwoordige tijd

      pofpoftpoffen

      verleden tijd

      poftepoften

      tegenwoordig deelwoord

      poffendpoffende
    • poffen

      Werkwoord/'pɔfən; 'pɔfə/

      doen opbollen

      infinitief

      poffen

      tegenwoordige tijd

      pofpoftpoffen

      verleden tijd

      poftepoften

      tegenwoordig deelwoord

      poffendpoffende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren