Gepoft
uncommonZipf 2.1
neerploffen; doen neerkomen; braden; gebraden; van poffen voorzien
poffen
Werkwoord/'pɔfən; 'pɔfə/neerploffen; doen neerkomen; braden
infinitief
poffentegenwoordige tijd
pofpoftpoffenverleden tijd
poftepoftentegenwoordig deelwoord
poffendpoffendegepoft
Bijvoeglijk naamwoord/ɣə'pɔft/gebraden
stellende trap
gepoftgepoftegepoftsvergrotende trap
gepoftergepofteregepoftersovertreffende trap
gepoftstgepoftstegepoft
Bijvoeglijk naamwoord/ɣə'pɔft/van poffen voorzien
stellende trap
gepoftgepoftegepoftspoffen
Werkwoord/'pɔfən; 'pɔfə/op de pof kopen
infinitief
poffentegenwoordige tijd
pofpoftpoffenverleden tijd
poftepoftentegenwoordig deelwoord
poffendpoffendepoffen
Werkwoord/'pɔfən; 'pɔfə/doen opbollen
infinitief
poffentegenwoordige tijd
pofpoftpoffenverleden tijd
poftepoftentegenwoordig deelwoord
poffendpoffende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.