NEDERLANDS
🇳🇱

    Gepolijst

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord; adjectief

    • polijsten

      Werkwoord/po'lɛɪstən; po'lɛɪstə/

      infinitief

      polijsten

      tegenwoordige tijd

      polijstpolijsten

      verleden tijd

      polijsttepolijstten

      tegenwoordig deelwoord

      polijstendpolijstende
    • gepolijst

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣəpo'lɛɪst/

      stellende trap

      gepolijstgepolijstegepolijsts

      vergrotende trap

      gepolijstergepolijsteregepolijsters

      overtreffende trap

      gepolijststgepolijstste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren