Gepolijst
uncommonZipf 2.6
werkwoord; adjectief
polijsten
Werkwoord/po'lɛɪstən; po'lɛɪstə/infinitief
polijstentegenwoordige tijd
polijstpolijstenverleden tijd
polijsttepolijsttentegenwoordig deelwoord
polijstendpolijstendegepolijst
Bijvoeglijk naamwoord/ɣəpo'lɛɪst/stellende trap
gepolijstgepolijstegepolijstsvergrotende trap
gepolijstergepolijsteregepolijstersovertreffende trap
gepolijststgepolijstste
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.