NEDERLANDS
🇳🇱

    Geprefabriceerd

    uncommonZipf 1.8

    adjectief; werkwoord

    • geprefabriceerd

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣəprefabri'sert/

      stellende trap

      geprefabriceerdgeprefabriceerdegeprefabriceerds
    • prefabriceren

      Werkwoord/prefabri'serən; prefabri'serə/

      infinitief

      prefabriceren

      tegenwoordige tijd

      prefabriceerprefabriceertprefabriceren

      verleden tijd

      prefabriceerdeprefabriceerden

      tegenwoordig deelwoord

      prefabricerendprefabricerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren