NEDERLANDS
🇳🇱

    Gerant

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; tekeergaan

    • de gerant

      Zelfstandig naamwoord/ʒe'rɑ͂ː; ɣə'rɑnt/

      enkelvoud

      gerant

      meervoud

      gerantengerants
    • ranten

      Werkwoord/'rɛntən; 'rɛntə/

      tekeergaan

      infinitief

      ranten

      tegenwoordige tijd

      rantranten

      verleden tijd

      rantterantten

      tegenwoordig deelwoord

      rantendrantende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren