NEDERLANDS
🇳🇱

    Gesauteerd

    uncommonZipf 2.1

    adjectief; werkwoord

    • gesauteerd

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣəso'tert/

      stellende trap

      gesauteerdgesauteerdegesauteerds
    • sauteren

      Werkwoord/so'terən; so'terə/

      infinitief

      sauteren

      tegenwoordige tijd

      sauteersauteertsauteren

      verleden tijd

      sauteerdesauteerden

      tegenwoordig deelwoord

      sauterendsauterende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren