NEDERLANDS
🇳🇱

    Gespierd

    B1commonZipf 3.2

    werkwoord; adjectief

    • spieren

      Werkwoord/'spirən; 'spirə/

      infinitief

      spieren

      tegenwoordige tijd

      spierspiertspieren

      verleden tijd

      spierdespierden

      tegenwoordig deelwoord

      spierendspierende
    • gespierd

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣə'spirt/

      stellende trap

      gespierdgespierdegespierds

      vergrotende trap

      gespierdergespierderegespierders

      overtreffende trap

      gespierdstgespierdste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.