NEDERLANDS
🇳🇱

    Gestapeld

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; adjectief

    • stapelen

      Werkwoord/'stapələn; 'stapələ/

      infinitief

      stapelen

      tegenwoordige tijd

      stapelstapeltstapelen

      verleden tijd

      stapeldestapelden

      tegenwoordig deelwoord

      stapelendstapelende
    • gestapeld

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣə'stapəlt/

      stellende trap

      gestapeldgestapeldegestapelds

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren