NEDERLANDS
🇳🇱

    Gevest

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het gevest

      Zelfstandig naamwoord/ɣə'vɛst/

      enkelvoud

      gevest

      meervoud

      gevesten
    • vesten

      Werkwoord/'vɛstən; 'vɛstə/

      infinitief

      vesten

      tegenwoordige tijd

      vestvesten

      verleden tijd

      vesttevestten

      tegenwoordig deelwoord

      vestendvestende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren