Gevest
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het gevest
Zelfstandig naamwoord/ɣə'vɛst/enkelvoud
gevestmeervoud
gevestenvesten
Werkwoord/'vɛstən; 'vɛstə/infinitief
vestentegenwoordige tijd
vestvestenverleden tijd
vesttevesttentegenwoordig deelwoord
vestendvestende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.