NEDERLANDS
🇳🇱

    Gevingerd

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord; adjectief

    • vingeren

      Werkwoord/'vɪŋərən; 'vɪŋərə/

      infinitief

      vingeren

      tegenwoordige tijd

      vingervingertvingeren

      verleden tijd

      vingerdevingerden

      tegenwoordig deelwoord

      vingerendvingerende
    • gevingerd

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣə'vɪŋərt/

      stellende trap

      gevingerdgevingerdegevingerds

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren