NEDERLANDS
🇳🇱

    Gewaad

    B1commonZipf 3.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het gewaad

      Zelfstandig naamwoord/ɣə'wat/

      enkelvoud

      gewaadgewaadje

      meervoud

      gewadengewaadjes
    • waden

      Werkwoord/'wadən; 'wadə/

      infinitief

      waden

      tegenwoordige tijd

      waadwaadtwaden

      verleden tijd

      waaddewaadden

      tegenwoordig deelwoord

      wadendwadende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.