Gewaad
B1commonZipf 3.3
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het gewaad
Zelfstandig naamwoord/ɣə'wat/enkelvoud
gewaadgewaadjemeervoud
gewadengewaadjeswaden
Werkwoord/'wadən; 'wadə/infinitief
wadentegenwoordige tijd
waadwaadtwadenverleden tijd
waaddewaaddentegenwoordig deelwoord
wadendwadende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.