NEDERLANDS
🇳🇱

    Gezinsvakantie

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • de gezinsvakantie

      Zelfstandig naamwoord/; ɣə'zɪnsfakɑntsi; ɣə'zɪnsfakɑnsi/

      enkelvoud

      gezinsvakantiegezinsvakantietje

      meervoud

      gezinsvakantiesgezinsvakantietjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren