NEDERLANDS
🇳🇱

    Geïnfecteerd

    commonZipf 3.6

    werkwoord

    • infecteren

      Werkwoord/ɪnfɛk'terən; ɪnfɛk'terə/

      infinitief

      infecteren

      tegenwoordige tijd

      infecteerinfecteertinfecteren

      verleden tijd

      infecteerdeinfecteerden

      tegenwoordig deelwoord

      infecterendinfecterende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.