NEDERLANDS
🇳🇱

    Geïrriteerd

    commonZipf 3.4

    werkwoord; adjectief

    • irriteren

      Werkwoord/ɪri'terən; ɪri'terə/

      infinitief

      irriteren

      tegenwoordige tijd

      irriteerirriteertirriteren

      verleden tijd

      irriteerdeirriteerden

      tegenwoordig deelwoord

      irriterendirriterende
    • geïrriteerd

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣəɪri'tert/

      stellende trap

      geïrriteerdgeïrriteerdegeïrriteerds

      vergrotende trap

      geïrriteerdergeïrriteerderegeïrriteerders

      overtreffende trap

      geïrriteerdstgeïrriteerdste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren