NEDERLANDS
🇳🇱

    Giechel

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de giechel

      Zelfstandig naamwoord/'ɣixəl/

      enkelvoud

      giechelgiecheltje

      meervoud

      giechelsgiecheltjes
    • giechelen

      Werkwoord/'ɣixələn; 'ɣixələ/

      infinitief

      giechelen

      tegenwoordige tijd

      giechelgiecheltgiechelen

      verleden tijd

      giecheldegiechelden

      tegenwoordig deelwoord

      giechelendgiechelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren