Gipsen
uncommonZipf 2.0
adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
gipsen
Bijvoeglijk naamwoord/'ɣɪpsən; 'ɣɪpsə/stellende trap
gipsenhet gips
Zelfstandig naamwoord/'ɣɪps/enkelvoud
gipsmeervoud
gipsengipsen
Werkwoord/'ɣɪpsən; 'ɣɪpsə/infinitief
gipsentegenwoordige tijd
gipsgipstgipsenverleden tijd
gipstegipstentegenwoordig deelwoord
gipsendgipsende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.