NEDERLANDS
🇳🇱

    Gipsen

    uncommonZipf 2.0

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • gipsen

      Bijvoeglijk naamwoord/'ɣɪpsən; 'ɣɪpsə/

      stellende trap

      gipsen
    • het gips

      Zelfstandig naamwoord/'ɣɪps/

      enkelvoud

      gips

      meervoud

      gipsen
    • gipsen

      Werkwoord/'ɣɪpsən; 'ɣɪpsə/

      infinitief

      gipsen

      tegenwoordige tijd

      gipsgipstgipsen

      verleden tijd

      gipstegipsten

      tegenwoordig deelwoord

      gipsendgipsende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren