NEDERLANDS
🇳🇱

    Gravel

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de/het gravel

      Zelfstandig naamwoord/'ɡrɛvəl/

      enkelvoud

      gravel
    • gravelen

      Werkwoord/'ɡrɛvələn; 'ɡrɛvələ/

      infinitief

      gravelen

      tegenwoordige tijd

      gravelgraveltgravelen

      verleden tijd

      graveldegravelden

      tegenwoordig deelwoord

      gravelendgravelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren