NEDERLANDS
🇳🇱

    Griepprik

    A2uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • de griepprik

      Zelfstandig naamwoord/'ɣriprɪk/

      enkelvoud

      griepprikgriepprikje

      meervoud

      griepprikkengriepprikjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.