NEDERLANDS
🇳🇱

    Grif

    uncommonZipf 2.8

    adjectief; werkwoord

    • grif

      Bijvoeglijk naamwoord/'ɣrɪf/

      stellende trap

      grifgriffegrifs

      vergrotende trap

      griffergrifferegriffers

      overtreffende trap

      grifstgrifste
    • griffen

      Werkwoord/'ɣrifən; 'ɣrifə/

      infinitief

      griffen

      tegenwoordige tijd

      grifgriftgriffen

      verleden tijd

      griftegriften

      tegenwoordig deelwoord

      griffendgriffende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.