NEDERLANDS
🇳🇱

    Grint

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het grint

      Zelfstandig naamwoord/'ɣrɪnt/

      enkelvoud

      grint
    • grinten

      Werkwoord/'ɣrɪntən; 'ɣrɪntə/

      infinitief

      grinten

      tegenwoordige tijd

      grintgrinten

      verleden tijd

      grinttegrintten

      tegenwoordig deelwoord

      grintendgrintende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren