Groen
hetgroen
Zelfstandig naamwoordgreenery
- de kleur groen, als zelfstandig begripHet groen in haar ogen valt meteen op.
- planten, bladeren en natuur, vooral in een stad of wijkWij missen het groen sinds we naar de stad zijn verhuisd.
groen
Bijvoeglijk naamwoordgreen
- de kleur van gras en bladerenDe bomen worden weer groen in april.
- goed voor het milieu; ecologisch verantwoordOns bedrijf investeert flink in groene technologie.
- nog niet ervaren in een vak of taakAls stagiair ben je nog groen achter de oren.